Noor

11-jarige Noor zit in een rolstoel, ze is een vrolijke meid die graag bezig blijft en veel op pad gaat. Noor en haar mama botsen tijdens uitstappen op heel wat letterlijke en figuurlijke drempels. De mama van Noor vertelt dat een dagje de stad in trekken niet altijd van een leien dakje loopt.

“Noor gaat zo graag de stad in, maar er zijn overal kasseien, hobbel hobbel, dan doet haar rug zeer. De terrassen zijn allemaal verhoogd met trappen. Er is maar één toilet die rolstoeltoegankelijk is.”

Noor heeft niet dezelfde kansen om te kunnen deelnemen zoals de andere kinderen van haar leeftijd. Vroeger kon ze met haar ouders regelmatig zwemmen, maar ook dat lukt niet meer. 

“Noor haar vrije tijd is heel beperkt. Vroeger gingen we zwemmen op het zwemuur, dat is een uur voor mensen met een beperking, er werd een baan vrijgehouden, er was extra begeleiding. Maar dit is veranderd, en met onze uren lukt het niet meer om daarbij in te springen.”

Noor gaat het liefst gaan kijken in winkeltjes en gaat graag op restaurant. In sommige winkels kan ze niet zelfstandig binnen, zelfs met de hulp van haar mama kan ze met haar rolstoel het opstapje van de winkel moeilijk over. Het gezellige cafétje aan de overkant van de straat heeft wel een hellend vlak, maar de deuropening is dan weer te klein, ze kan niet binnen met haar rolstoel. Bovendien is het toilet op de eerste verdieping en is er geen lift.  

“Wij zijn bijna verplicht om naar alle cafés op voorhand te gaan kijken, kan ze naar toilet? … Ja, zo moeten wij dat doen.”

Een uitstap zonder verkenning vraagt heel wat anticiperen en voorbereiding van Noor en haar mama, anticiperen op het meest ontoegankelijke.

“Hoe doen we dat als we weggaan? Ja, gelijk de jonge mama’s, een rugzak met proper ondergoed, proper washandje, propere handdoek, voor als ge ergens niet op tijd geraakt, dat is mensonwaardig gewoon.”