Op de achtergrond ligt de megafoon, dit stelt voor hoe Jana zich niet altijd gehoord voelt. Zo durft ze bijvoorbeeld bij de kinesist niet vertellen dat ze bepaalde handelingen niet fijn vindt, of durft ze bij de logopedist niet vertellen dat ze er eigenlijk vandaag niet echt veel zin in heeft. Jana wil zelf meer keuzes kunnen maken en leren opkomen voor zichzelf, stap voor stap.
Jana staart naar een grote spiegel die haar toekomst voorstelt. Het is frappant hoe ‘down to earth’ ze hiernaar kijkt. Jana beseft dat haar beperking obstakels met zich zal meebrengen, dit wordt gerepresenteerd door de bergen.
Toch droomt ze van dezelfde dingen als alle andere kinderen van haar leeftijd. Ze ziet zichzelf trouwen en alleen wonen. Tegelijkertijd beseft ze dat deze persoon haar zal moeten nemen zoals ze is en dat hun kinderen een grote kans zullen hebben op dezelfde beperking als zijzelf. Jana droomt van een job als juf, hier wil ze echt voor gaan. Jana heeft nood aan steun en zal steun ook blijven nodig hebben.
In Jana haar rugzak neemt ze haar ouders, haar vrienden en haar hobby’s als musical mee. Ze heeft hier veel aan en put kracht en moed uit hun liefde en vriendschap, ze wordt gehoord en aan haar mening doet er toe. Ze doen er alles aan zodat Jana zich aanvaard en waardig voelt: ‘ik mag er zijn’.